Nieuws

'Geen avondje uit, maar avondje aan'

'Geen avondje uit, maar avondje aan'

 “Een programmeur staat altijd in een spagaat met de tijd. We kijken naar bezoekerscijfers van de afgelopen week, zijn benieuwd naar de voorstelling van vanavond en werken seizoenen vooruit. Deze week was ik al plannen aan het maken voor februari 2019.” Hoofdprogrammeur Walther van den Heuvel vertelt over het werk van een theaterprogrammeur. Samen met Dave Schwab en Katinka Enkhuizen programmeert hij zo’n 500 voorstellingen per seizoen. In maart ieder jaar moet de gigantische puzzel voor het volgende seizoen af zijn.

“Het is meer dan een invuloefening. Iedere voorstelling moet op de juiste tijd, de juiste plaats en onder de juiste omstandigheden gepland worden. We werken niet bij de Albert Heijn, zijn geen vakkenvullers”, aldus de hoofdprogrammeur. “Het gaat ons niet alleen om het volkrijgen van de zalen, maar om het op de juiste manier overbrengen van het verhaal. Het verhaal van de bezoeker en van de maker moet samenkomen. Dat verhaal delen we het liefst met zo veel mogelijk mensen.”

Echo

“Als het samenkomt en je merkt dat het klikt, daar gaat ons werk over”, zegt Dave Schwab, programmeur dans en performance. Hij vertelt over een avond die hem is bijgebleven. Trajel Harrel, een radicale performance kunstenaar uit de Verenigde Staten staat tijdens de Art of Performing week in de hal van de Rotterdamse Schouwburg. “Er zaten studenten van Codarts in het publiek, maar ook dansgroepen van de straat. Ik zag een herkenning bij ze, in wat Trajel Harrell aan het doen was. Op zo’n moment valt alles op zijn plaats. Je ziet dat het werk er toe doet.”

“Als de zaal leegloopt, wil je een echo horen”, vult Walther aan. “Dat kan woede zijn, verdeeldheid, opwinding of mensen die meningen uitwisselen. Het maakt niet uit, als ze maar aangezet zijn. Wanneer dit gebeurt, zie je dat de mensen blijven hangen, blijven napraten.”

Avondje ‘aan’

Geen avondje uit, maar een avondje aan. Dave: “Wat is er aan de hand in de wereld? Dat moet je hier kunnen zien. En dat is niet letterlijk bedoeld. We hoeven niet iedere week een voorstelling over vluchtelingen. Het mag ook abstracter, waarbij het werk het onderwerp overstijgt. Zolang het maar ergens over gaat en het betekenis heeft voor vandaag de dag.”

Met de fusie van Theater Rotterdam ontstaat er een nieuw stadstheater dat niet alleen theater toont maar ook zelf maakt. Theater Rotterdam kent een grote groep makers, van doorwinterde regisseurs in het vak tot jong talent. Een prachtige aanvulling op de programmering, vinden de programmeurs. “Hierdoor zijn we niet alleen reagerend op het aanbod van voorstellingen, maar ook acterend”, zegt Walther. “We schrijven het verhaal zelf.”

Kansspel

Het merendeel van de producties is nog niet afgerond op het moment dat ze geboekt worden door Theater Rotterdam. “Ik denk dat we zo’n 80% van de voorstellingen programmeren op basis van een concept”, zegt Katinka, programmeur jongerenvoorstellingen. De jonge programmeur werkt sinds een half jaar voor Theater Rotterdam. Als beginneling is het lastiger te programmeren dan voor doorgewinterde vakmannen Walther en Dave. “Ik beweeg in een constante onzekerheid. Omdat ik minder gezelschappen ken, is het concept des te belangrijker voor me. Maar op het moment dat het af is en in het theater staat, kan het iets heel anders zijn geworden.”

“Toch is het geen kansspel”, zegt Walther. “Je programmeert niet zozeer een losse voorstelling, maar gaat voornamelijk af op het gezelschap. We gaan lange samenwerkingen aan en hebben vertrouwen in de groepen die we programmeren.” En soms gaat het mis. “Juist als een voorstelling niet is wat je er van gehoopt had, wordt de relatie herbevestigd. Op dat moment laten we zien dat we geloven in de kwaliteit van een gezelschap door ze opnieuw te boeken. Zelfs de beste gezelschappen hebben wel eens een misser.”

Blind date

Een zelfde soort relatie moeten we ook met het publiek hebben, vinden de programmeurs. Een vertrouwen dat, ook als er wel eens een misser tussen zit, Theater Rotterdam garant staan voor kwaliteit en verdieping. “En we geloven dat we zo’n relatie al hebben. We hebben een ontzettend trouw publiek. Er is een grote groep vaste bezoekers die als het ware steeds blind dates met ons aangaan. Ze komen niet op specifieke voorstellingen af, maar op het feit dat het bij ons staat.”

Deze openheid is typerend voor het Rotterdamse publiek, zeggen de programmeurs. “Nergens anders zijn mensen zo ontvankelijk voor wat ze zien. Hier krijgen we ontzettend veel waardering voor van gezelschappen”, vertelt Walther. Katinka: “Na afloop van de voorstelling Race van het Nationale Toneel, vertelden de acteurs me dat ze nergens zo fijn hebben gespeeld als hier. Dat ze onder de indruk waren van het enthousiasme en de diversiteit van ons publiek. Ook internationaal krijgen we telkens keer weer complimenten over onze ruimte en de bezoekers.”

Rijkdom

“We beseffen niet half hoe rijk we zijn”, zegt Walther. “We kunnen vrijwel alles tonen in ons theater. Niet alleen dankzij de techniek die we voorhanden hebben, maar ook dankzij Rotterdam. Rotterdammers zijn nieuwsgierig, creatief en open.

Theater Rotterdam gebruikt deze vrijheid om te verdiepen. Om een vrijplaats te zijn voor creativiteit. inspiratie en vrij denken. Dave: “Het vrije denken staat onder druk. Daardoor krijgt kunst een belangrijkere rol. Het moet autonoom zijn, eigenzinnig en communiceren met het publiek.” Vooral dat laatste is van groot belang. “Je kan ontzettend autonoom zijn maar niet communiceren, dan heb ik er niets aan. We willen niet dat het publiek alleen maar naar een kunstje zit te kijken. Het mag niet onder een stolp staan.”

“We hebben het in Rotterdam vaak over veiligheid”, zegt Walther. “Ik denk dat cultuur die veiligheid kan en moet bieden. Het kan iets in beweging zetten. Je wordt niet verdoofd met door de commercie gestuurde beelden. Het biedt een eerlijkheid, het geeft je een autonomie terug, om zelf na te denken. Een stukje zelfregie.”

Bijzonder seizoen

Het seizoen 2017/2018 wordt een bijzondere voor Theater Rotterdam. Het zal het eerste volledige seizoen zijn na de fusie van de Rotterdamse Schouwburg, het Ro Theater en Productiehuis Rotterdam. Als resultaat staan er rond de twintig eigen producties op het programma. Het seizoen zal worden afgetrapt met een maand waarin veel Theater Rotterdam makers worden voorgesteld. Onderdeel is ook de Art of Performing week, waarin voorstellingen zullen worden getoond die zich op het snijvlak begeven van theater, dans en beeldende kunst. Dave: “Ik kijk ontzettend uit naar de voorstelling van Cecilia Bengolea. Zij is een perfect voorbeeld van vernieuwing, traditie en dat delen met het publiek. Ze is toegankelijk, maar tegelijkertijd ook ontzettend autonoom.”

Katinka kijkt uit naar Malcolm X van KVS, ook te zien in september. “Ik ben onder de indruk van de kwaliteit van de KVS en daarnaast gaat de thematiek van zwarte identiteit en zwarte geschiedenis me nauw aan het hart.” Walther neigt naar Empire van Milo Rau, een Zwitserse theatermaker. “Hij is heel bijzonder. Zijn werk gaat over de op drift zijnde wereld, hoe grensstructuren volledig in de war gegooid worden. Bijzonder actueel.” Maar eigenlijk kijkt de hoofdprogrammeur uit naar het hele seizoen. “Veel Nederlandse gezelschappen hebben nieuwe jonge artistieke leiders. Daarnaast gaat de fusie van Theater Rotterdam een prachtige fusion van theater opleveren. Ik kan niet wachten om het allemaal te gaan zien. Het gaat een bijzonder jaar worden.”

Foto's: Willem de Kam

Selecteer een van de filters en klik op 'Toepassen' om het resultaat te zien