Nieuws

Interview Rik van den Bos

Interview Rik van den Bos

Schrijver Rik van den Bos schreef Find me a boring stone op verzoek van Erik Whien. Meer dan een jaar geleden kwam een mailwisseling tot stand waarin ze tot het idee kwamen om een stuk te maken over alles. Rik schreef verschillende versies om uiteindelijk vanuit het besef van de eindigheid het ‘alles’ open te trekken.

Hoe zijn jullie begonnen?
Het begon met een mailwisseling waarin we besloten een monoloog te ontwikkelen die over alles gaat. Als je dat uitgangspunt verbindt met mensen kom je uit op de grote thema’s geboorte en dood. Ik ben een schrijver die graag verhalen vertelt. Ik ben bij 'een monoloog over alles' begonnen bij de verhalen van een klassiek toneelstuk. Daar ben ik aanvankelijk in doorgeschoten. In een personage dat nadenkt over de grote dingen. Zoekend zodat hij alle kanten op kan schieten. Ik heb eerst veel aandacht gegeven aan de situatie; een anekdote waarin het personage vijftien oproepen heeft gemist. Dan hoort dat zijn vader is overleden, in de auto springt en met zijn kind op de achterbank naar zijn ouderlijk huis rijdt. In een nachtrit onder de sterrenhemel komt hij in een gedachtestroom terecht die alle kanten opgaat. Maar ik had één denkfout gemaakt: iemand die net gehoord heeft dat hij iemand verloren heeft, die denkt helemaal niet over alles, die denkt maar over één ding na en probeert daar vat op te krijgen. Ik voelde me echt betrapt in die eerste poging. Ik maak dan heel snel een verhaal, zoek een logica, iets dat troost moet geven en kom dan op een heel verkeerd spoor terecht.

Hoe ben je toen wel op het goeie spoor terecht gekomen?
Door helemaal opnieuw te beginnen, kon ik veel meer bij iets komen dat klopte bij de situatie. Ik heb het personage, dat net iemand verloren heeft, achter het raam gezet in zijn oor gefluisterd wat voor mensen er allemaal zijn in de stad. Zonder directe bedoeling, maar als je dat allemaal opnoemt kom je bij een essentie uit. Het is troostrijk als je je voorstelt dat er zoveel mensen zijn die ook worstelen, die ook al die grote dingen als geboorte en dood hebben meegemaakt of gaan meemaken. Dus het juist niet hebben over het verlies, maar de verstilling opzoeken. En opeens begreep ik wat je met zo’n fragmentarische vorm kunt doen. Wat dat kan betekenen. Door helemaal opnieuw te beginnen, kon ik veel meer bij iets komen dat klopte bij de situatie.
Van origine ben ik niet een schrijver die zo zou werken. Met zo’n vorm vermijd je dat je iets heel wijs en verheffends moet zeggen over verdriet of rouw. Je kunt veel oordeellozer werken. Je kunt als schrijver gek genoeg veel meer uit de tekst blijven. Je hoeft niet de slimme spitsvondigheden van de schrijver in te voegen. Je werkt met wat er is. En juist daarmee kun je iets zichtbaar maken dat in het echte leven helemaal niet zichtbaar is. Hoop, machteloosheid, verlies. Je benoemt de dingen niet, maar je maakt ze voelbaar.

Zijn de observaties gebaseerd op jouw werkelijke observaties, of doe je gewoon je ogen dicht en laat het komen?
Als je in die manier van kijken zit, kun je er bijna niet meer mee ophouden. Als je vanuit die openheid door de stad loopt die je opeens heel veel mensen die je normaal niet opvallen. Het start met iets wat je ziet. Voor mij zitten er veel geheime verwijzingen in naar gesprekken en dingen die ik zelf heb meegemaakt, bijvoorbeeld met mijn ouders. Sommige dingen spelen zich af in de straat waar we altijd afspraken om over dit stuk te praten. Dat zijn allemaal monumentjes. En er zitten in al mijn stukken altijd verbouwde songtitels, vaak van de muziek die ik beluister bij het schrijven van het stuk.

Is het voor jou troostrijk om zo te kijken naar je medemens?
Je gaat met veel meer compassie kijken naar andere mensen als je je realiseert dat ze zich allemaal moeten verhouden tot verlies en verdriet, maar ook tot mooie dingen. Je snapt de dingen vaak beter via een omweg. Als je iemand ander ziet vloeken en worstelen met een fietsslot, dan kun je daar met afstand om lachen omdat je het herkent. We proberen allemaal voortdurend. Dat is toch ontroerend? In het stuk vindt het personage troost bij vreemden. Het is niet erg dat ze op afstand blijven. Het mededogen is gebaat bij een glimp.

Je gaat met veel meer compassie kijken naar andere mensen als je je realiseert dat ze zich allemaal moeten verhouden tot verlies en verdriet.

Hoeveel tijd verstrijkt er volgens jou in het stuk?
Tijd is een mindfuck in dit ding. Aan een kant zou je kunnen zeggen dat alles zich in één seconde afspeelt in het hoofd van de persoon achter het raam. Aan de andere kant komt het hele leven van het personage voorbij. Het stuk bestrijkt ook een jaar, van de winter naar de zomer. "Alle seizoenen gaan er een keer overheen”.

En het is het ook één dag, van de nacht naar de ochtend en de dag. Verder wordt er ook nog een lijn getrokken van de eerste voorouder van de mens, een zeeworm, tot de toekomst waarin het universum nadat het helemaal is uitgedijd weer ineenkrimpt en degene die overleden is weer voor je zou staan. De tijd gaat in emotioneel opzicht anders werken als je iemand verloren bent. Daarom zit alles erin, van één seconde tot de eeuwigheid.

Heelt de tijd?
Om het leven leefbaar te houden, hou je sommige dingen maar relatief kort vol. De uitdrukking 'iemand achter laten' zegt mij heel veel. Bij het overlijden van mijn moeder is dat voor mij een heel indringende gedachte geweest. Het is zoiets onomkeerbaars. Als je eenmaal doorhebt dat iemand echt weg is, als daar tijd overheen is gegaan, dan klaart het toch op. Dat gaat bijna buiten jezelf om. Iemand beleeft vanaf een bepaald punt niet meer mee, en jij moet door. Dat betekent dat er een stipje op de tijdlijn is waarop iemand niet meer doorloopt. En jij moet wel doorlopen.

Interview door dramaturg Liet Lenshoek
Foto: Salih Kilic

Selecteer een van de filters en klik op 'Toepassen' om het resultaat te zien