Interview Alize Zandwijk, uw gids in de nachtmerrie
Koning Lear werd ooit ‘too huge for the stage’ genoemd. De Nederlandse regisseur Alize Zandwijk liet zich daar allerminst door afschrikken.
‘Ik ben dol op het klassieke repertoire,’ vertelt Alize Zandwijk. Het mag geen bekentenis heten: eerder regisseerde ze Macbeth en later dit seizoen pakt ze Baal van Bertolt Brecht aan. Maar behalve klassiekers kiest ze ook nieuwe teksten, zoals Onschuld van Dea Loher, een stuk dat Het Theaterfestival 2007 haalde. En sinds ze artistiek leider is van het Rotterdamse Ro Theater maakt ze bovendien ‘voorstellingen over, voor en geïnspireerd door de stad Rotterdam. Zo heb ik een voorstelling over moeders gemaakt (Moeders, de vrouw als held), met zeventien vrouwen uit verschillende culturen.’
Sinds 2005 werken Ro Theater en KVS op regelmatige basis samen. ‘Ro Theater en KVS hebben parallellen in de manier waarop ze met de stad omgaan’, legt Zandwijk uit. ‘Daarom hebben we besloten elk jaar iets samen te doen: Meiskes en jongens, Onschuld, dit jaar Koning Lear en volgend jaar Dieven, een nieuwe tekst van Dea Loher.’
De voorstelling die zaterdag in première gaat is overigens niet haar eerste Koning Lear: ‘Toen ik nog bij Toneelgroep Amsterdam werkte, maakte Sam Bogaerts een Koning Lear in de grote zaal en ik een versie met vijftien-, zestienjarige acteurs in de kleine zaal. Heel aardig om te zien hoe jonge mensen die oudere personages speelden.’
Boeddhisme
De tragedie van Lear begint, zoals bekend, met de verdeling van het koninkrijk: de dochter die haar liefde voor haar vader het mooiste kan verwoorden, krijgt het grootste part. Eén dochter weigert het spel mee te spelen en wordt onterfd. De anderen krijgen al snel ruzie met hun vader.
Zandwijk: ‘Koning Lear gaat tegelijk over een generatiekloof (tussen vader en dochters) maar ook over de initiatiereis van één mens. Iemand maakt in een kinderachtige opwelling een foute keuze en komt in een neerwaartse spiraal terecht. Lears houding is heel negatief. Hij moét door de storm om tot een inzicht te komen, om zijn verstoten dochter weer in de ogen te kunnen kijken. Een zwart stuk, zeker, maar op een boeddhistische manier ook wel mooi.’
Is het stuk zo zwart omdat een initiatiereis doorgaans wordt gemaakt door een jong iemand? ‘Ja, maar soms is het nu eenmaal zo dat je pas op late leeftijd tot inzicht komt. Lear is voor mij geen slachtoffer, maar iemand die nog een stukje weg heeft af te leggen. Soms is het nodig dat er hele erge dingen met je gebeuren, omdat je alleen zo tot inzicht kan komen. Veel mensen vinden dat treurig, maar ik zie het positiever. Lear moet zijn woede leren afleggen.’
Moet de toeschouwer ook verwachtingen afleggen? Krijgen we een klassiek stuk of een radicaal nieuwe lezing? Zandwijk: ‘De hele eerste twee delen benaderen we als een poppenkast, met groteske kostuums en personages die alleen maar op een rijtje kunnen staan en beperkt bewegen. Een uitvergrote poppenkast. En daarna, als we de storm ingaan, dalen we af in het onderbewuste van de mens. Recht naar de nachtmerrie.’
Dus niet alleen maar taal en allerminst minimalistisch? ‘Ik vind: het moet me raken. Ik schuw de emotionaliteit niet. Ik blijf netjes bij de tekst, maar ik vergroot uit, ik maak iets beestachtig. Het toneel is bij uitstek de plek waar je verbaasd mag worden. De laatste jaren was de norm: doe maar normaal, speel de tekst, trek een gewoon pak aan. Nee, dan zoek ik liever naar uitersten, naar dingen waar je niet meteen aan denkt.’
De dikke en de dunne
Gevraagd naar een vergelijking tussen Koning Lear en Macbeth (een Shakespeare die ze in 2001 regisseerde) antwoordt Zandwijk: ‘Macbeth vind ik veel zwarter: alleen maar dood, macht, geweld... Daar zien we één mens die macht wil, daar angstdromen aan overhoudt, opgenaaid wordt door zijn vrouw... In vergelijking daarmee is Koning Lear haast een familiedrama. Macbeth wordt aan het einde gewoon doodgemaakt; het einde van Koning Lear is veel rijker.’
‘Je mag bij elk personage van dit stuk. Ook bij Edmund, die zijn broer verraadt en naar de macht grijpt. Je snapt het wel, omdat hij van bij het begin van zijn leven gehoord heeft dat hij een bastaard is en niet echt meetelt. Ik denk dat Koning Lear gaat over escalaties allerhande. Zowel Lear als Edmund escaleren: ze drijven de dingen te ver. Ook de twee slechte dochters, gruwelijke heksen, snap je ergens wel.’
Stoort het haar niet dat ze, na Lady Macbeth, alweer zo’n negatieve vrouwenfiguren moet tonen? Zandwijk, zoekend: ‘Ik denk niet zwart-wit, in positief en negatief. Of... Ja, eigenlijk wel, maar ik vind het niet erg. Het stoort me niet dat die vrouwen er slecht uitkomen, al was het maar omdat ik hun motieven, zoals gezegd, best begrijp. Ik wil er niet over vallen als een schrijver vrouwen afbeeldt als heksen. Soms zijn ze dat ook, in het echte leven.’
Een moeilijk punt bij het ensceneren van Koning Lear lijkt me de rol van de nar: het moeilijkste personage om je mee te identificeren. Zandwijks dramaturge, Liet Lenshoek, weet wel hoe dat komt: ‘De nar is los. De andere personages kan je volgen in hun motieven, maar de nar heeft geen motieven. Hij weet al, is zich bewust van wat er gebeurt. Hij is inzicht.’
‘Ik vind de nar het onderbewuste van Lear’, zegt Zandwijk. ‘Zodra Lear tot inzicht gekomen is, verdwijnt de nar dan ook uit het stuk. Die twee zijn één geheel, of een clowns-duo: Jack Wouterse, die Lear speelt, is een grote, dikke man en Lukas Smolders (de nar) klein en smal. Dat werkt voor mij.’
Zijn er nog Shakespeare-stukken die ze in de toekomst wil “aanpakken”? ‘Cymbeline wil ik nog graag doen. Omdat het zo’n onaf stuk is. Je ziet er alle stukken in terug: Macbeth, Koning Lear, de komedies... Het is zeer, zeer ruim.’
De Standaard Mark Cloostermans
