Nieuws

Theater Rotterdam is een broedplaats waar iedereen welkom is

Theater Rotterdam is een broedplaats waar iedereen welkom is

- Lex Bohlmeijer

De een is geboren en getogen op de twee vierkante kilometer rond de schouwburg: “Ik voel me zo op mijn gemak hier, ik ben ervan en ik zit erop.” De ander is nog volop aan het inburgeren: “Fascinerend om te zien hoeveel hier op straat gebeurt”. En de derde leerde via haar zoon de achterkant van de stad kennen: “Het schoolplein is een mini-markt.” Samen vormen zij de driekoppige leiding van een gloednieuwe organisatie in het hart van de stad: Theater Rotterdam.

Met zijn drieën staan de directeuren pal voor een kunstvorm die kwetsbaar is in een tijd van individualisering en digitalisering. Terwijl sprake is van een steeds schrijnender tweedeling in de samenleving, allerlei vormen van buitensluiting en desinteresse biedt Rotterdam, een stad die zich niet zomaar prijs geeft, ook kansen. Walraven: “Het Rotterdamse publiek waardeert voorstellingen die niet conventioneel zijn enorm. Je mag hier experimenteren en op je bek gaan, als je het maar gewoon dóet. Onder de hardheid proef ik solidariteit. We moeten het met elkaar doen, die zin komt vaak terug.”.

Melle Daamen - algemeen directeur: “Ik was 17 jaar en kampeerde in Avignon. Alle jongens hadden gitaren bij zich en meisjes om zich heen. Ik had niemand. Ik ben op een avond de stad ingelopen, waar het Festival aan de gang was, en kwam toevallig terecht op een plek waar mensen in en uit liepen. Het was niet eens een theater. Ik ging naar binnen. Het bleek Einstein on the Beach te zijn, van Robert Wilson. Het was de première maar omdat het stuk zes uur duurt kon je in en uit lopen, er zat geen pauze in. Ik heb de laatste drie uur gefascineerd zitten kijken, het was het moment waarop je ontdekt dat kunst iets heel bijzonders en moois kan zijn. Ik moest erbij huilen zelfs. Ik ontdekte pas later waar ik geweest was.”

Theater als ontmoeting

Samen doen. Samen programmeren, produceren, talent ontwikkelen. De drie directeuren delen een verplichting tot optimisme. En het kan: zie bijvoorbeeld de familievoorstellingen van Pieter Kramer, met al die generaties in het publiek, dan gaat het vliegen door de zaal. Het kan. Omdat het theater een ontmoeting is, met echte mensen. Walraven: “Theater doet een appèl op het hier en nu, wie jij bent, waar je staat. Met het publiek, een samenleving in het klein, heb je het via de verbeelding over de grote vragen met elkaar”. Daamen: “De belevingswaarde van het theater overtreft die van het beeldscherm.” Determann: “Je kiest ervoor om een ervaring, een confrontatie aan te gaan. Iets wat impact heeft. Na een voorstelling blijven mensen napraten, bij een bioscoop loopt iedereen altijd meteen weg.”

 Daamen: “Wij hebben de afgelopen eeuwen een code ontwikkeld, met vaste tijden en gesloten deuren, het is een code van onbeweeglijkheid, het licht gaat uit, je moet je mond houden. Het is de vraag of al die conventies vol te houden zijn. De oplossing weet ik niet, maar we zullen op zoek moeten gaan naar bijvoorbeeld andere vormen van gelijktijdigheid. In de zaal is de voorstelling aan de gang, en tegelijk gebeuren er andere dingen. Walraven: “Het gaat ons handelsmerk worden. De helft van onze makers bevraagt die conventies. Als een kind vragen ze zich af: hoe, wat, waarom? We zullen ons als Theater Rotterdam zelf mede op het spel zetten, maar dat moet ook wil je het theater als kunstvorm relevant houden.” Determann: “Ons uitgangspunt is dat we het anders doen. Als regel, niet als uitzondering. Dat is het interessante en nieuwe aan Theater Rotterdam. Het is een risico. We hebben een paar jaar nodig om te kijken of het werkt.”

 Walraven: “Ja en tegelijk willen we een plek creëren waar iedereen welkom is, waar je als toeschouwer gastvrij onthaald wordt. Het moet een huis worden waar je aangezet wordt.” Determann: “We zijn van de stad. Het kan zijn dat iemand drempelloos wil binnenstappen, het kan ook zijn dat mensen met alle plezier een drempel nemen, dus kom maar op. Het ene is niet meer waard dan het andere.” Daamen: “Het behoort in ieder geval tot mijn droom dat het gebouw zo toegankelijk mogelijk is, ook voor mensen die niks met theater hebben. Je kunt mensen met elkaar na afloop in gesprek laten gaan. Impact managen.” Walraven: “Bij ons wordt veel opengelaten, opengelegd, aangereikt. Zo’n soort klimaat willen we hier creëren. Je mag ook iets niet begrijpen. Ik vind het mooie van een theatervoorstelling, dat het in feite een voorstel is: hoe je ergens tegenaan kunt kijken, hoe je iets kan voelen.”

Daamen: ”Een voorstelling van zaken!”

Walraven: “Het leukste is om verschillende domeinen met elkaar te verbinden. Via Club Imagine, dat gaat over klimaatverandering, komt Blijstroom (de locale energievoorziening in Blijdorp) kijken naar de maatschappelijke stand-up filosofie van Laura van Dolron. Daar krijgen zij energie van. En ik word er hoopvol van, als werelden bij elkaar komen.”

 

Ellen Walraven - artistiek directeur: “Ik had een leraar Nederlands die het altijd over absurdistisch theater had. Daar heb ik toen voor Frans, Duits en Engels mijn scriptie over geschreven. Ik werd ook nog verliefd op een man die ‘Beckett!’ riep en ‘Artaud!’ Dus gaf ik mij op voor Theaterwetenschappen (en Rechten, Japans en Fysiotherapie) en ik werd ingeloot bij Theaterwetenschappen. Ik had les van een hele goede docent, Wil Hildebrand, hij nam alle studenten altijd mee naar de schouwburg, hij ging het liefst twee keer naar een voorstelling, hij ging altijd mee, en daardoor heb ik leren kijken.”

Een spiegel van de stad

 Theater Rotterdam is een stadstheater met een sterk makersensemble en veel aandacht voor talentontwikkeling. Dat biedt ruimte voor de gedroomde dwarsverbanden en nieuwe verbindingen. Walraven: “Makers die al verder zijn in hun ontwikkeling gaan de vragen waar ze zich mee bezighouden steeds preciezer stellen. Hun vorm zet zich vast. De enige manier waarop ze zichzelf soms opnieuw kunnen uitvinden is in de confrontatie met andere makers. En op de vloer zelf. Dat is vruchtbaar. Als onze makers die kruisbestuivingen aangaan, wellicht is het publiek ook bereid om ze te volgen en iets anders te proeven. Dat hoop ik.”

Sommigen zijn expliciet geëngageerd, zoals Wunderbaum en Marjolijn van Heemstra, anderen zijn echte uitvinders, zoals Lotte van de Berg, Schwalbe, Urland en Boogaerdt/VanderSchoot, die verlangen naar een nulpunt. Je hebt de liefhebbers van repertoire, Johan Simons sloopt en herbouwt; Erik Whien gaat heel precies in het bindweefsel van zijn personages zitten; Davy Pieters speelt een geraffineerd spel met tijd en ruimte. En de dans is erbij, Alida Dors en Ann Van den Broek, die omhelzen meteen de ruimte van de grote zaal.

Walraven: “Dit alles biedt, samen met de voorstellingen die we programmeren, een prachtige biotoop voor de jonge talenten die we onder onze hoede nemen. Zij kunnen gaan sprokkelen en worden tegelijk door de radicaliteit van de makers uitgedaagd om hun eigen signatuur te vinden. Zij kunnen leermeesters zoeken, of zich afzetten. Ze krijgen de kans om hun vakmanschap te ontwikkelen, bijvoorbeeld in de grote zaal.”

Determann: “De veelzijdigheid van zo’n makersensemble is een spiegel van de stad. In de conventionele vorm van een stadsgezelschap maakt een artistiek leider vier of vijf voorstellingen per jaar, die dragen allemaal zijn of haar visie uit. Ons makersensemble biedt voor elk wat wils, alle lagen van de stad zitten erin, van jonge urban dance tot high-end theater. Jonge mensen hebben evenveel kans als ouderen.”

Daamen: “Het wordt polyfoon, divers, multidisciplinair. We breiden het aantal producties aanzienlijk uit. Als opvolger van het Ro Theater dat een beperkt aantal grote zaal producties uitbracht, van 1 theatermaker, hebben wij een veelvoud van makers. Er is een hoge productiedrang. Dat leidt ook tot een steviger verankering in de stad, dieper de samenleving in. Zo geven we vorm aan de grootstedelijkheid.” 

Bert Determann - directeur bedrijfsvoering: “De eerste voorstelling waar ik in de ouwe schouwburg aan werkte, was CivilWars. Zonder te weten wat Robert Wilson was, Philip Glass, wist ik veel. Die decorstukken waren modern, het atelier kon dat niet aan. Wij zaten op de kunstacademie, zij dachten, die gasten kunnen dat wel. Kom ons helpen! Wij hebben een bewegende reuzin gemaakt. Nu weet je hoe belangrijk het was, achteraf droom je ervan om erbij te zijn geweest. Ik kwam daar achter de schermen, zag hoe het werkt. Ik zag voor het eerst ook de onttakeling, wat het werkelijk is, de gebakken lucht. Waar toch weer magie uit ontstaat. Die fascinerende sprong.”

 

Gemeenschap, dat wordt de rode draad.

 Nog zo’n sterk verlangen: als makers elkaar vinden op een actueel thema, een brandende kwestie in de samenleving, is het makkelijker om daar andere partijen bij te zoeken en zodoende de agenda van de stad mede te bepalen. Vormgeven aan de stad, wat de stad zou kunnen zijn. Determann: “We zijn integraal onderdeel van deze stad. We begeven ons steeds meer in dynamische processen omdat de mensen zeggen: Theater Rotterdam moet hierbij zijn. Bijvoorbeeld in duurzaamheidsprocessen. Wij krijgen partijen bij elkaar wat andere mensen niet lukt. Door theater te maken. Als een verbindende schakel.”

Dit alles werd mogelijk dankzij de fusie van Rotterdamse Schouwburg, Ro Theater en Productiehuis Rotterdam die sinds 28 februari officieel voor elkaar is. Samen verder, als nieuwe organisatie. Waarbinnen steeds meer mensen daadwerkelijk gaan samenwerken. Daamen: “Het gaat langzaam maar gestaag de goede kant op. De een maakt muziek bij de voorstelling van een ander, er wordt onderling gecoached, Wunderbaum volgt een danstraining bij Ann Van den Broek. Het kostuumatelier werkt voor iedereen. Je ziet allerlei dwarsverbanden ontstaan. Mensen werken vanuit dezelfde mentaliteit. Het is een broedplaats.” Walraven: “En daarnaast blijven we het beste werk in Nederland en daarbuiten tonen. Die programmering moet zich goed verhouden tot het werk van onze eigen makers.” Bert: “De fusie is de sleutel om iets nieuws te gaan doen. Dat is het echte voordeel. Wij hebben alles door elkaar gehusseld en starten helemaal opnieuw. Er wordt met veel traditie gebroken, er wordt veel gevraagd van makers en publiek. Ik zou willen zeggen: ga mee! Geef ons de tijd. We zijn ervan overtuigd dat het past bij de tijd en bij de stad. En als het ergens moet gebeuren dan is het hier. In Rotterdam.”

Foto's: Willem de Kam

 

Selecteer een van de filters en klik op 'Toepassen' om het resultaat te zien