Dea Loher

Dea Loher (1964, Traunstein) studeerde filosofie en germanistiek, later aan de Hogeschule der Kunste in Berlijn afdeling toneelschrijven, waar ze onder meer les kreeg van Heiner Muller.

Loher is een van de meest succesvolle hedendaagse Duitse auteurs. Haar taal is komisch, direct en heeft een geheel eigen poëzie. Loher noemt haar schrijven ook wel ‘het verzamelen van lompen’. Haar teksten zijn niet gesloten, maar dragen verschillende perspectieven in zich. Ze geven geen eenduidige antwoorden of meningen, geen eenduidige werkelijkheid. 

De personages leiden bij Loher dan ook een gebroken leven. De wetenschap dat de wereld geen antwoorden biedt maakt  van de personages geteisterde wezens. Ze zoeken naar een uitweg, ze verlangen dat hun leven weer een geheel wordt.

School, werk, er ontbreekt iets, trouwen, er ontbreekt iets, kind krijgen, er ontbreekt nog altijd iets. Wachten. Ik wist niet waarop, dat mijn leven zich zou vervolmaken of zoiets. Een geheel zou worden, een sluitsteen zou krijgen, zoals een dak de laatste pan, opdat het niet inregent. Stilte. En sinds Edgar gestorven is, ontbreekt er niets meer. Stilte. Vreemd toch. Stilte. Niet dat je denkt, dat dat het was, waarop ik gewacht heb. Het is gewoon zo, dat het altijd verdergaat, het leven. Het is niet klaar en het zal nooit klaar zijn, wat er ook met ons gebeurt. Dat is geen nieuwe pijn, het is geen troost. Het is nooit ten einde. Dat heb ik nu begrepen. Zwijgen. Het is nooit ten einde. Alles is open. Altijd. Zwijgen. En daarom heb ik nu meer angst dan ooit tevoren.’ (Uit: Het laatste vuur)

De overtuiging dat er geen eenduidige werkelijkheid bestaat, voert Loher ook door in de politieke discussie over de legitimatie van kunst. Kunstenaars kunnen en hoeven volgens haar geen  antwoord klaar te hebben liggen om hun bestaansrecht te verdedigen. Kunstenaars zijn net als haar personages; op zoek naar een uitweg, op zoek naar een noodzaak.

‘Ik heb zo genoeg van die vragen naar legitimatie. Vragen van politici. Er is geen legitimatie voor de kunst buiten de persoonlijke noodzaak te doen wat je denkt dat je moet doen. Vanuit een overvloed aan kracht en vaak een tekort. Een teveel aan depressie en angst, die zich niet anders laat uitdrukken. Overal buiten staan en desondanks er op een of andere manier bij willen horen. De lust tot kapot maken en opnieuw scheppen, die vaak de pure lust tot leven is. (…) Dit alles misschien in de vergeefse hoop dat er een paar mensen zijn, die dat, wat je naar voren brengt, herkennen, en wie dat herkennen pijn doet en gelukkig maakt.’

Regisseur Alize Zandwijk en Dea Loher hebben elkaar gevonden in de verbeeldingskracht en in hun compassie met de eenzame, zoekende en niet opgemerkte mensen. Beiden zoeken de mythische dimensies in kleine verhalen en vertellen over de zoektocht naar hoop en troost. De poëtische teksten van Loher maken de diepste pijn en de grootste leegte van het bestaan voelbaar. Zandwijk voegt bizarre beelden toe, waardoor de nachtmerrie van het dagelijks leven een extra dimensie krijgt. 

Zandwijk regisseerde o.a. Dieven, Onschuld en Het Laatste vuur, die ook als drieluik te zien waren, allen in de vertaling van Liet Lenshoek.
In Theater Bremen regisseerde Zandwijk ook Das leben auf der praca Roosenvelt. Begin 2015 ging in Deutsches Theater in Berlijn de voorstelling Gaunerstuck in première.

Dea Loher won velen prijzen. Het laatste Vuur werd door theater Heute uitgeroepen tot beste toneelstuk van 2008.  Loher ontving er ook de Mülheimer Dramatikerpreis  voor dit stuk. Voor haar gehele oeuvre  ontving Loher de Berliner Literaturpreis. Een voor een toneelschrijver bijzondere prijs, omdat deze over het algemeen  wordt toegekend aan romanschrijvers  en zelden of nooit aan toneelauteurs.

Dea Loher werkt en leeft in Berlijn. 

Dea Loher heeft ook meegewerkt aan: